Wat is een Equalizer?

Equalizer komt van het Engelse werkwoord ‘to Equalize’, wat zich letterlijk vertaald naar gelijkmaken, en is een tool waarmee je het volume van verschillende frequenties ten opzichte van elkaar kunt regelen. Klinkt de mix bijvoorbeeld heel schel dan kun je de treble (hoge frequenties) iets verlagen in volume of juist de bass (de lage frequenties) een beetje verhogen. Dit kan nodig zijn omdat er verschillen zijn in de weergave van het geluid tussen geluidssystemen, en omdat de akoestiek van een ruimte invloed kan hebben op hoe bepaalde frequenties worden weergegeven.

Op het podium en in de studio heeft de equalizer echter nog een andere functie, namelijk het geluid aanpassen naar de wens van de gebruiker. Een veelgebruikte truc onder DJ’s bij de overgang tussen 2 platen, is het “wegdraaien” van de bass-EQ. Door de bass bij de inkomende track op te laten komen en de bass bij de al spelende track gelijktijdig langzaam te verminderen zorg je ervoor dat er niet teveel bass tegelijkertijd aanwezig is. Dit kan namelijk het geluid oversturen.

In de studio is de equalizer een van de belangrijkste mix tools en word deze gebruikt om ongewenste frequenties van geluiden te verminderen/verwijderen of gewenste geluiden juist te versterken. Zo worden in een studio vaak de lage frequenties van opnames (bijvoorbeeld vocalen) ‘weggesneden’ om zo te voorkomen dat er allerlei ongewenste bijgeluiden van de microfoon toe worden gevoegd aan de mix.


Verschillende Types

Grafische Equalizer

Bij een Grafische Equalizer word het signaal middels filters opgesplitst in een aantal (frequentie-)banden.
Het aantal banden verschilt van 2 a 3 (op bijvoorbeeld consumenten elektronica of op een DJ mixer) tot 10 (1 band per octaaf) of zelfs 31 (1 band per terts) banden bij professionele live situaties. Elke band heeft zijn eigen frequentie waarbij de banden zijn vernoemd naar de middenfrequentie van de band. Bij een 10-bands EQ bijvoorbeeld (32Hz, 64Hz, 125Hz, 250Hz, 500Hz, 1kHz, 2kHz, 4Khz, 8kHz & 16kHz.) Elk van deze frequentiegebieden kun je individueel met een X aantal Decibel versterken of verzwakken. Hoe meer banden de EQ heeft hoe preciezer het geluid valt te regelen.

Sommige grafische equalizers beschikken ook over een ‘sweep-functie’. Hiermee kun je het frequentiegebied van de band horizontaal verschuiven. Is de band ingesteld op 250hz dan zou je met de sweepfunctie deze ook kunnen instellen op 220hz of 290hz. Hierdoor is het mogelijk om bepaalde probleemgebieden veel preciezer aan te pakken.

Parametrische Equalizer

Hoewel de sweep functie al een stuk meer flexibiliteit bied is het in sommige situaties nodig om nog preciezer te kunnen werken. Hiervoor is de Parametrische-EQ ontworpen. Bij de Parametrische EQ kun je net als bij de Sweep-EQ de brandpunten (frequentiegebieden) verschuiven, maar daarnaast kun je ook nog de bandbreedte  (q-waarde) instellen.  Met een wijde bandbreedte (q-waarde van 1 of minder) kun je een groot gebied tegelijkertijd aanpassen, terwijl je met een smalle bandbreedte (q-waarde van 3 of meer) weer heel precies te werk kunt gaan. Door de frequentie te delen door de Q-waarde kun je ook het exacte gebied berekenen dat door de EQ word beïnvloed. Als de frequentie bijvoorbeeld 8hz is en de Q-waarde 4 dan word de bandbreedte 2Hz. Alles tussen de 7Hz en de 9Hz word dus beïnvloed door de EQ.


Equalizer termen uitgelegd.

Gain – Het aantal deciBell wat de EQ verhoogd of verlaagd.

Q – de breedte van de frequentieband die door de equalizer word aangepakt.

Cut-off Frequency – De frequentie vanaf waar een hoge of lage frequentie equalizer begint te werken.

Filter – Een Equalizer kan de volgende types filters hebben:

  • HighPass (LowCut) – Bij dit filtertype worden de hoge frequenties doorgelaten en de lage frequenties verminderd/afgesneden.
  • LowPass (HighCut) – Het tegenovergestelde van het HighPass filter. Hier worden juist de lage frequenties doorgelaten en de hoge frequenties verminderd.
  • BandPass – Feitelijk een combinatie van een highpass en lowpass filter
    waarbij zowel hoge als lage frequenties worden verminderd en dus slechts een beperkte frequentieband word doorgelaten.
  • Notch – Een filter waarbij een zeer smalle frequentieband word weggesneden.
  • Shelf – Een Shelf EQ verhoogd  of verlaagd de gain van de frequenties boven of onder het ingestelde frequentiepunt.

(Filter) Slope – De helling van het filter, ofwel het aantal decibel per octaaf dat door de equalizer word vermeerderd of verminderd. De meest gebruikelijke opties zijn 6dB, 12dB, 18dB 24dB en Brick Wall. Bij het laatste type worden alle frequentie gelijk vanaf de CutOff frequentie volledig afgesneden.


Audio Filter

Een Audio Filter op bijvoorbeeld een DJ mixer of op een synthesizer is eigenlijk een soort mini equalizer, alleen heb je hier niet de mogelijkheid om banden gelijk te trekken, maar slechts de optie om frequenties (hoog of laag of beide) weg te filteren. Sommige Audio filters (met name op synthesizers) beschikken daarnaast over een amplitude (volume) piek vlak voor het filter slope. Deze piek, ook wel ‘Resonance genoemd kan bij extreem gebruik zelfs ‘zelf oscilleren’ ofwel een extra toon genereren op de toonhoogte van de CutOff frequentie.


Equalizer Q          Filter Types

 

Equalizer Filter slopes      Resonance



Uitleg Afbeeldingen met de klok mee:

  1. Het Q punt verduidelijkt met op de horizontale as het frequentiespectrum en op de verticale as het volume (gain)
  2. 4 Filter Types: Low-Pass, High-Pass, Band-Pass & Notch (Band-Stop)
  3. 4 Van de bekendste filter slopes. Te zien is dat bij een 6db slope (paars) er veel minder word verwijderd dan bij een 24db slope (groen)
  4. Een Low-Pass filter met Resonance. De kleine boost (bolling) rond de Cutoff frequentie is de Resonance.